Het leven is een fascinerende paradox. De drie meest centrale fenomenen die ons bezighouden en ons leven lijken vorm te geven zijn alledrie niet te bevatten of te definiëren, laat staan door ons te vangen: God (of het al), het zelf en het nu. We doen er met theologie en filosofie (God, het al), zelfhulp en zelfonderzoek (het zelf) en wetenschap en techniek (het nu) alles aan om deze fenomenen te vangen en voor ons te laten werken, maar steeds ontglippen ze ons weer. Wat niet zelden leidt tot (zelf)vernietiging, twist of zelfs oorlog. Het gaat onze macht simpelweg te boven.
Ubuntu, misschien wel de oudste levensregel in de wereld, vertrekt vanuit wat ons juist wel direct gegeven is: je bent geboren in een familie, die onderdeel is van een gemeenschap, ergens op deze aarde met al haar flora en fauna. Je bent omdat dit alles is. Omdat Wij zijn: God, de medemens, de natuur om je heen. Zonder dat was je er niet. Was er niets. Volgens Ubuntu zit gezondheid en leven in het recht doen aan deze relatie met het Wij.
Aartsbisschop Desmond Tutu zegt hierover: “Iemand met ubuntu staat open voor en is toegankelijk voor anderen, wijdt zich aan anderen, voelt zich niet bedreigd door het kunnen van anderen omdat hij of zij genoeg zelfvertrouwen put uit de wetenschap dat hij of zij onderdeel is van een groter geheel en krimpt ineen wanneer anderen worden vernederd of wanneer anderen worden gemarteld of onderdrukt.” Het door Christus verkondigde Koninkrijk der Hemelen gaat exact hierom. God kennen is in al je beperkingen proberen dit te doen.
Niet het kennen van de waarheid, het eindeloos schaven aan jezelf, of het zo economisch mogelijk stapelen van genotsmomenten in het nu gaan ons helpen in dit leven, maar het investeren in het Wij. Om recht te doen aan de relaties die het Wij vormgeven en zo het Wij te laten bloeien.
Daarom geloof ik in meer ubuntu… Ubuntu voor de manier waarop we als personen zijn, samenleven, geloven en politiek bedrijven. Het is hét antwoord voor een samenleving die vastgelopen is in haar race to the bottom om God, het zelf en het nu te vangen. Niet om ons terug te plaatsen naar een soort vermeende romantische tijd ergens in de mist van de geschiedenis. Maar om het raam open te zetten naar een toekomst van hoop in plaats van angst voor God, onszelf en het nu. Wat zich uiteindelijk altijd uit in angst voor de Ander.